Spreektekst Commissie Ruimte 14 oktober 2026
Je kan dit ook terugluisteren via NotuBiz (vanaf 2.19.30 min)
Download de spreektekst (PDF)
Voorzitter,
BVNL wil geen AZC in Voorne aan Zee. Dat standpunt is helder en daar zijn wij altijd duidelijk over geweest.
Vanavond ligt niet de discussie voor over de Spreidingswet of de taakstelling zelf. Het college kiest ervoor om vanuit die werkelijkheid toe te werken naar structurele opvang. Kortom een proactief asielbeleid. BVNL kijkt daar anders naar en ziet nog altijd andere mogelijkheden en oplossingsrichtingen. Mogelijkheden waarbij alle beschikbare bestuurlijke, politieke en juridische middelen worden ingezet om de rem erop te zetten. Kijk bijvoorbeeld naar gemeenten als Maasluis, die actief hebben geprobeerd hun opgave ter discussie te stellen of te beperken. Dat is ook waar veel inwoners voor hebben gekozen en waarvoor wij hier zitten.
Maar dat is niet het voorstel dat vandaag voorligt. De vraag die vandaag voorligt is wat ons betreft veel fundamenteler: Is dit een kwalitatief en geloofwaardig participatietraject?
Want nog voordat het eerste gesprek met inwoners heeft plaatsgevonden, ligt de belangrijkste conclusie al vast. In de stukken staat immers dat het niet gaat over de vraag óf er opvang komt, maar over de vraag hóé die opvang wordt georganiseerd.
En dan vragen wij ons af: waar participeren inwoners nu eigenlijk over?
Participatie betekent keuzes openlaten. Wat hier voorligt, voelt meer als inwoners tegen de muur zetten en vervolgens vragen welke kleur verf zij het mooist vinden. Inwoners mogen meepraten over de verdeling en inrichting, maar niet over de fundamentele vraag of zij überhaupt een AZC in Voorne aan Zee willen. Met andere woorden: de uitkomst staat vast, er mag alleen nog over de invulling worden gesproken.
Daarmee wordt het gesprek vanaf de start één kant op gestuurd.
Wat BVNL betreft tast dat de kwaliteit en geloofwaardigheid van dit participatietraject aan. Want een kwalitatief participatietraject begint niet met een vooraf vaststaande conclusie. Het begint met een open gesprek, waarbij ook ruimte bestaat voor inwoners die aangeven dat zij geen AZC in Voorne aan Zee wensen.
Juist daarom vinden wij het lastig te begrijpen hoe op deze manier daadwerkelijk draagvlak kan worden onderzocht. Het risico is dat inwoners het gevoel krijgen dat hun mening alleen welkom is zolang deze binnen de vooraf gekozen richting past.
Daarnaast valt ons iets anders op.
Juist de huidige wethouder heeft zich in het verleden sterk gemaakt voor omgevingsmanagement. Terecht, want juist bij dossiers met grote maatschappelijke impact wil je vroegtijdig weten wat er leeft in dorpen, wijken en buurten.
Maar in deze aanpak zien wij daar vrijwel niets van terug. Geen omgevingsmanager, geen duidelijke uitwerking van omgevingsmanagement en geen zichtbare plek voor het structureel ophalen van zorgen, belangen en alternatieven vanuit de omgeving. Terwijl juist dit een dossier is dat diep ingrijpt in de leefomgeving van inwoners.
Sterker nog: op het moment dat het er echt om gaat, verdwijnt participatie juist uit beeld. In fase 3 worden locaties beoordeeld en gekozen, maar volgens de stukken is dat géén participatiefase. Juist wanneer de gevolgen voor inwoners concreet worden, mogen zij niet meer meedenken maar afwachten wat eruit komt.
Pas daarna, wanneer locaties al zijn aangewezen, worden omwonenden binnen een straal van ongeveer één kilometer actief betrokken bij de verdere uitwerking.
Wat BVNL betreft hoort dat precies andersom. Juist de mensen die mogelijk direct geraakt worden door een opvanglocatie zouden vóór een locatiekeuze een stem moeten hebben, niet pas daarna.
Daarom hebben wij een vraag aan het college: hoe kan het college uitleggen dat de locatiekeuze zelf géén participatiefase is, terwijl dat juist het moment is waarop de impact voor inwoners het grootst is?
En laten we ook eerlijk zijn over de zorgen die leven onder inwoners.
In de stukken lezen wij veel over communicatie, bijeenkomsten, processen en participatie. Maar één van de grootste zorgen die wij van inwoners horen gaat over leefbaarheid en veiligheid.
Mensen maken zich zorgen over hun buurt. Over hun kinderen die zelfstandig naar school fietsen. Over hun dochters die ‘s avonds alleen naar huis komen van sport, werk of een avond uit. Over de vraag of hun dorp, wijk of kern ook over tien jaar nog dezelfde leefbaarheid, herkenbaarheid en veiligheid heeft als vandaag.
Of je die zorgen deelt of niet, ze zijn er wel.
En een geloofwaardig participatietraject begint met het serieus nemen van die zorgen, niet met het wegrelativeren ervan.
Juist daarom vinden wij het opvallend dat veiligheid in deze aanpak vooral een bijzaak lijkt, terwijl het voor veel inwoners juist de hoofdzaak is.
Voor BVNL geldt één uitgangspunt: Een veilig, herkenbaar en vertrouwd Voorne aan Zee.
Daar komt nog bij dat er bij veel inwoners nog steeds onduidelijkheid bestaat over de toekomst van de huidige opvang op de asielboot. Dat dossier zorgt nog altijd voor vragen, onzekerheid en wantrouwen richting het proces dat nu wordt opgestart.
Voorzitter, voordat ik afsluit hebben wij daarom nog twee vragen aan het college.
Ten eerste: hoe kan het college uitleggen dat de locatiekeuze zelf géén participatiefase is, terwijl dat juist het moment is waarop de impact voor inwoners het grootst is?
En ten tweede: deelt het college de zorgen die veel inwoners uiten over leefbaarheid en veiligheid? En zo ja, waarom zien wij die zorgen dan zo beperkt terug in deze participatieaanpak?
Voorzitter tot slot, als de richting al vaststaat voordat inwoners aan tafel zitten, als de fundamentele keuze niet bespreekbaar is, als participatie ophoudt op het moment dat de echte keuzes worden gemaakt, als omgevingsmanagement ontbreekt in een dossier dat daar juist om vraagt, als inwoners pas worden betrokken nadat locaties zijn gekozen en als zorgen over leefbaarheid en veiligheid onvoldoende centraal staan, dan moet BVNL concluderen dat dit geen kwalitatief en geloofwaardig participatietraject is.
Dan zijn we geen draagvlak aan het onderzoeken. Dan zijn we draagvlak aan het organiseren voor een uitkomst die vooraf al vaststaat.
En dat is precies waarom BVNL zich afvraagt: hoe kan iemand dit met droge ogen nog een open participatietraject noemen?
Want wat hier voorligt is geen uitnodiging om mee te beslissen over de toekomst van Voorne aan Zee. Het is hooguit een uitnodiging om nog iets te zeggen over de kleur van de voordeur, terwijl het huis allang is besteld.
Voor BVNL is dat niet hoe je omgaat met inwoners. Niet hoe je draagvlak onderzoekt. En zeker niet hoe je invulling geeft aan een veilig, herkenbaar en vertrouwd Voorne aan Zee.
Want als dit participatie moet zijn, wat zijn we hier dan in vredesnaam eigenlijk aan het doen?







