Column

De Vesting is geen businesscase

De plannen voor het Zuidfront en Land van Paling roepen steeds meer vragen op. Niet alleen over wat er gebouwd moet worden, maar vooral over hoe dit proces loopt.

Het gaat hier niet om zomaar een stukje grond. Dit is een historisch en gevoelig gebied, waar openheid, zichtlijnen, het vrije schootsveld en het beschermd stadsgezicht zorgvuldig beschermd moeten worden.

In de visie uit 2022 staat duidelijk dat de vesting Hellevoetsluis is aangewezen als beschermd stadsgezicht. Juist het Zuidfront en Land van Paling zijn plekken waar het open schootsveld nog zichtbaar en beleefbaar is. Daar moet je uiterst zorgvuldig mee omgaan.

De visie uit 2022 sprak voor het Zuidfront over een havenpaviljoen met horeca en eventueel kleinschalige verblijfsaccommodatie. Voor het Land van Paling werd geen hotel genoemd, maar juist openheid, groen, evenementen, grasparkeren en hooguit een kleinschalig paviljoen. Een hotel op Land van Paling, laat staan groter dan op het Zuidfront, is dus geen simpele uitwerking, maar een duidelijke koerswijziging.

Toch lijkt het proces onder flinke tijdsdruk te zijn gezet. Het plan is namelijk nog onder het oude, soepelere beleid in procedure gebracht, terwijl in 2026 strengere regels zijn gaan gelden. Om nog onder dat oude beleid te kunnen vallen, moesten snel bouwtekeningen worden aangeleverd. En precies daar wringt het.

Want langs grote rivieren en watergebieden gelden regels om ruimte te houden voor waterveiligheid, waterafvoer en waterberging. Simpel gezegd: je moet daar niet zomaar functies toevoegen die niets met het water te maken hebben.

Een havenvoorziening of steiger kan riviergebonden zijn.
Maar een hotel is dat niet.
Een brasserie is dat niet.
Extra hotelkamers zijn dat niet.

Als een plan haast nodig heeft om nog onder soepelere oude regels te vallen, dan moet je je als gemeente niet alleen afvragen of het juridisch nog kan. Je moet je vooral afvragen of dit nog wel zorgvuldig is richting inwoners, omgeving en beschermd stadsgezicht.

Er wordt gesproken over een kwaliteitsimpuls. Natuurlijk kan een kwaliteitsimpuls goed zijn voor Hellevoetsluis. Maar als die alleen haalbaar zou zijn door meer bouwvolume, extra hotelkamers en bebouwing op beide locaties, dan moeten alle alarmbellen afgaan.

Want wat is dan leidend?

De kwaliteit van de Vesting?
De visie uit 2022?
De belangen van omwonenden?
Of de businesscase van de initiatiefnemer?

Een kwaliteitsimpuls mag geen mooi woord worden om een groter bouwplan door te drukken. De financiële haalbaarheid van een private ontwikkeling mag nooit zwaarder wegen dan het beschermd stadsgezicht, het vrije schootsveld en de leefbaarheid van inwoners.

Op de laatste bijeenkomst kregen inwoners twee uitgewerkte varianten te zien: plan A of plan B. Maar beide plannen gaan uit van dezelfde hoofdrichting: er wordt gebouwd, er komen hotels en horeca, en het gebied wordt zwaarder belast.

Het verschil zat vooral in de parkeeroplossing. Of parkeren langs het kanaal, of parkeren langs de vestinggracht.

Maar eerlijk is eerlijk: beide opties zijn ver van wenselijk.

Parkeren langs het kanaal legt extra druk op een toch al kwetsbare verkeers- en verblijfsruimte. Parkeren langs de vestinggracht raakt juist aan het historische karakter, de beleving van de Vesting en het open schootsveld.

Dat is dus geen echte keuze tussen verschillende visies. Dat is kiezen tussen twee parkeerproblemen bij een bouwrichting die al vaststaat.

Waar was plan C?

Een plan met een kleine kwaliteitsimpuls.
Een plan met minder bouwvolume.
Een plan zonder hotel op Land van Paling.
Een plan waarbij het vrije schootsveld, het beschermd stadsgezicht en de leefbaarheid van omwonenden écht leidend zijn.

Als alleen A en B op tafel liggen, maar C ontbreekt, dan is dat geen open participatie. Dan mogen inwoners hooguit kiezen waar de pijn het minst hard gevoeld wordt.

Ook geven inwoners aan dat er onvoldoende tijd was om alle vragen te beantwoorden. De bijeenkomst werd in kleine groepjes georganiseerd. Was dat praktisch, of voorkwam deze opzet vooral dat inwoners elkaars zorgen plenair konden horen en gezamenlijk konden doorvragen?

Daarbij was ook beveiliging aanwezig. Dat hoeft op zichzelf niet verkeerd te zijn, maar het laat wel zien hoe gevoelig dit dossier inmiddels ligt. Juist dan moet je zorgen voor een open gesprek, voldoende tijd en echte ruimte voor alternatieven.

Wat dit extra wrang maakt: bij de visie uit 2022 zijn inwoners destijds wél goed betrokken. Maar inmiddels zijn er nieuwe bewoners bijgekomen, onder andere bij de Veerhaven. Juist zij krijgen direct met de gevolgen te maken. Dan kun je niet blijven leunen op oude participatie, zeker niet als het huidige plan duidelijk afwijkt van de geest van die visie.

BVNL Voorne aan Zee wil duidelijke antwoorden:

  • Waarom wordt ingezet op hotels en horeca op deze kwetsbare plek?
  • Waarom is dit plan onder oud, soepeler beleid in procedure gebracht?
  • Heeft de haast rond de bouwtekeningen invloed gehad op de kwaliteit van het proces?
  • Is de kwaliteitsimpuls leidend, of de businesscase van de initiatiefnemer?
  • Hoe verhoudt extra bouwvolume zich tot het beschermd stadsgezicht en het vrije schootsveld?
  • Waarom kregen inwoners alleen plan A of B, maar geen serieuze optie C?
  • Waarom lag er geen kleinere variant op tafel?
  • Welke invloed hebben inwoners nu nog écht?

Laat duidelijk zijn: wij zijn niet tegen ontwikkeling. Maar ontwikkeling in de Vesting moet passen bij de plek. Niet andersom.

De Vesting van Hellevoetsluis verdient geen proces waarin haast, oud beleid en voorgekookte keuzes de toon zetten. Dit gebied verdient openheid, zorgvuldigheid en echte participatie.

Eerst eerlijkheid.
Eerst echte invloed voor inwoners.
Dan pas praten over bouwen.